Brandbeveiligingsvlinderkleppen worden veelvuldig gebruikt in brandbestrijdingssystemen van gebouwen.
Ze worden voornamelijk gebruikt om de waterstroom te regelen. Ze openen en sluiten snel. Ze zijn compact en eenvoudig te installeren.
In vergelijking met schuifafsluiters of globeafsluiters vereisen vlinderkleppen veel minder bedieningskracht. Dit maakt ze bijzonder geschikt voor leidingen met een grote diameter.
Je vindt ze vaak op de hoofdleidingen van brandkraansystemen binnenshuis, automatische sprinklersystemen, brandpompaansluitingen, zone-watervoorzieningssystemen en brandleidingen buitenshuis.
Ze zijn overal te vinden in brandbeveiligingssystemen. Daardoor worden ze vaak als vanzelfsprekend beschouwd.
1. Wat maakt een vlinderklep "brandbeveiligingswaardig"?
1.1 Definitie van een brandbeveiligingsvlinderklep.
Brandbeveiligingsvlinderkleppen worden meestal brandmeldvlinderkleppen of speciale brandkleppen genoemd.
Een brandbeveiligingsvlinderklep wordt niet gedefinieerd door zijn uiterlijk of naam.
Het betreft een vlinderklep die geschikt is voor gebruik in brandbestrijdingssystemen. Deze wordt voornamelijk gebruikt om de waterstroom in brandkraan- of sprinklerleidingen te regelen.
Het belangrijkste verschil met een normale vlinderklep is dit:
Het kan realtime signalen voor openen of sluiten naar de brandmeldcentrale sturen.
Daarnaast moet een brandbeveiligingsvlinderklep betrouwbaar functioneren onder extreme omstandigheden in het brandbeveiligingssysteem, waaronder:
*Statische druk op lange termijn
*Plotselinge drukstijging bij het starten van de brandweerpomp
*Waterslag tijdens het bedienen van de klep of het omschakelen van het systeem
*Betrouwbare werking in noodsituaties
1.2 Waarom worden vlinderkleppen gebruikt in brandbeveiligingssystemen?
Bediening onder een hoek van 90 graden voor een snelle reactie.
Lage schijfweerstand en gecontroleerd drukverlies
Voordeliger dan schuifafsluiters voor grote volumes.
2. Veelvoorkomende typen en materialen van vlinderkleppen voor brandbeveiliging
De meeste brandbeveiligingsvlinderkleppen zijn van het gegroefde of flenstype.
Ze zijn uitgerust met positiesignalen. De open- en gesloten status kan naar de brandmeldkamer worden verzonden.
2.1 Verbindingstypen
2.1.1 Gegroefde vlinderklep
Aan de uiteinden van de buizen worden groeven gesneden en deze worden met koppelingen verbonden.
De installatie is snel en lassen is niet nodig.
Vlinderklep met groevenis geschikt voor nieuwbouw en renovaties op locatie.
Meer dan 80% van de brandbeveiligingssystemen maakt gebruik van dit type.
2.1.2 Wafer-vlinderklep
Dewafer-type klepHet onderdeel heeft geen flenzen en wordt direct tussen de flenzen van twee buizen geklemd.
Het is de kleinste en lichtste, maar vereist een nauwkeurige uitlijning tijdens de installatie.
2.1.3 Vlinderklep met flens
Beide uiteinden hebben flenzen en zijn vastgezet met bouten.
De afdichting is betrouwbaar en het onderhoud is eenvoudig.
Dit type wordt vaak gebruikt voor hogere druk of grotere pijpleidingen.
2.2 Soorten afdichtingen
2.2.1 Zachte vlinderklep
Er wordt gebruik gemaakt van rubberen afdichting. Zorgt voor een perfecte afsluiting.
Geschikt voor schoon water op normale temperatuur.
2.2.2 Vlinderklep met metalen zitting
Metaal op metaalAfdichting. Beter geschikt voor hogere drukken.
Geschikt voor water dat mogelijk onzuiverheden bevat.
Wat de materialen betreft, is het klephuis meestal gemaakt van nodulair gietijzer met een epoxycoating ter bescherming tegen corrosie.
De schijf is gemaakt van nodulair gietijzer met een nikkelcoating of van roestvrij staal.
De steel is van roestvrij staal.
Bluswater blijft vaak lange tijd stilstaand. Het risico op corrosie is hoog.
Deze materialen zijn gekozen vanwege hun lange levensduur.
3. Belangrijkste drukwaarden in brandbeveiligingssystemen
3.1 Theoretische sproeihoogte onder druk
Bij de meeste brandbeveiligingsprojecten is PN16 de standaard drukclassificatie.
Volgens de Chinese norm GB 50974 – Code voor het ontwerp van brandblussystemen met watertoevoer en brandkranen – ligt de werkdruk van brandblussystemen binnenshuis doorgaans tussen 1,0 MPa en 1,6 MPa.
Bij hoge gebouwen of grote ruimtes kan de druk hoger zijn.
PN16 dekt echter al de meeste normale gebouwen.
Veel mensen vragen zich af hoe hoog het water onder deze druk kan spuiten.
Neem bijvoorbeeld een brandslangmondstuk: onder een druk van PN16 kan water theoretisch een verticale hoogte van ongeveer 163 meter bereiken.
Deze waarde wordt berekend met behulp van de formule:
h = P / (ρ × g)
Waar:
P = 1,6 × 10⁶ Pa
ρ (waterdichtheid) ≈ 1000 kg/m³
g ≈ 9,81 m/s²
Berekend resultaat:
h ≈ 163 m
In de praktijk verminderen de luchtweerstand van de spuitmond, de wrijvingsweerstand van de lucht en de verliezen in de leiding de hoogte.
De daadwerkelijke sproeihoogte bedraagt doorgaans 140-150 meter.
Dit is voldoende voor de meeste gebouwen, zoals flatgebouwen en winkelcentra.
3.2 Werkelijke sproeihoogte in de praktijk
Bij brandbeveiligingssystemen is druk geen theoretisch begrip.
Het is direct gerelateerd aan de hoogte van het gebouw.
Rekening houdend met leidingverliezen, veiligheidsmarges en drukschommelingen als gevolg van het starten en stoppen van de pomp, worden de volgende waarden algemeen aanvaard:
| Voorwaarde | Werkelijke hoogte |
| Theoretische limiet | 163 m |
| Ideale technische omstandigheden | 110–130 m |
| Normale locatieomstandigheden | 80–100 m |
| Sproeier / sproeimondstuk | 50–80 m |
Daarom is PN16 de veiligste en meest kosteneffectieve keuze.
3.3 Gangbare drukwaarden in brandveiligheidsprojecten
Binnenbrandkraansystemen → PN16
Automatische sprinklersystemen → PN16
Buitenbrandleiding → PN16 of hoger
Afvoerleidingen van brandpompen → PN20 / PN25 in sommige projecten
Als de drukclassificatie lager is dan PN16,
Het systeem heeft mogelijk onvoldoende veiligheidsmarge in noodsituaties.
Geplaatst op: 23 januari 2026


